Onderzoek bij duizeligheid
Duizeligheidsklachten kunnen verschillende oorzaken hebben. Soms ligt de oorzaak in het evenwichtsorgaan, maar ook andere systemen in het lichaam kunnen een rol spelen.
Daarom begint het traject meestal met een uitgebreid onderzoek. Tijdens het eerste consult nemen we rustig de tijd om uw klachten goed in kaart te brengen.
Een onderzoek dat wordt afgestemd op uw klachten
Het onderzoek bestaat uit een uitgebreid gesprek en een lichamelijk onderzoek dat wordt afgestemd op uw klachten. Niet ieder onderdeel van het onderzoek is bij iedere patiënt nodig.
Op basis van uw verhaal bepalen we welke onderzoeken het meest zinvol zijn. Het doel is om zo precies mogelijk te begrijpen hoe uw klachten verlopen en welke mogelijke richting verder onderzoek of behandeling kan hebben.

Uitgebreid gesprek over uw klachten
Het onderzoek begint met een uitgebreid gesprek over uw klachten. Dit wordt ook wel een anamnese genoemd.
Bij het in kaart brengen van duizeligheidsklachten gebruiken we vaak een gestructureerde manier van vragen stellen. Dit wordt ook wel het SO STONED-principe genoemd. Hiermee kunnen belangrijke kenmerken van duizeligheid systematisch worden beoordeeld.
Naast deze vragen kijken we ook naar eerdere episodes van duizeligheid, medicatiegebruik, andere medische aandoeningen en factoren zoals stress, vermoeidheid of een recente ziekte.
Welke kenmerken worden uitgevraagd?
Met het SO STONED-principe worden belangrijke kenmerken van duizeligheid stap voor stap besproken. De vragen helpen om het klachtenpatroon zorgvuldig in kaart te brengen; ze vormen geen diagnose op zichzelf.
S — Symptoms
Welke klachten ervaart u precies?
Bijvoorbeeld draaiduizeligheid, een licht gevoel in het hoofd, instabiliteit of bewegingsgevoeligheid.
O — Often
Hoe vaak komen de klachten voor?
Er wordt besproken hoe vaak de klachten optreden en of daarin een patroon herkenbaar is.
S — Since
Sinds wanneer bestaan de klachten?
We bespreken wanneer de klachten zijn begonnen en hoe het begin is verlopen.
T — Trigger
Wat lokt de klachten uit?
Bijvoorbeeld draaien in bed, opstaan, lopen of bewegen van het hoofd.
O — Otological symptoms
Zijn er klachten van het oor?
Zoals gehoorverlies, oorsuizen of een vol gevoel in het oor.
N — Neurological symptoms
Zijn er neurologische klachten?
Zoals dubbelzien, spraakproblemen, gevoelsstoornissen of problemen met coördinatie. Dit kan aanleiding zijn voor verdere beoordeling.
E — Evolution
Hoe ontwikkelen de klachten zich?
Er wordt besproken hoe de klachten in de tijd zijn veranderd.
D — Duration
Hoe lang duren aanvallen?
We vragen hoe lang de duizeligheidsaanvallen of klachten aanhouden.
Onderzoek van oogbewegingen en het evenwichtssysteem
Het evenwichtssysteem werkt nauw samen met de ogen. Daarom onderzoeken we verschillende oogbewegingen. Deze kunnen belangrijke informatie geven over hoe het evenwichtssysteem functioneert.
Tijdens dit onderzoek kunnen onder andere de volgende onderdelen worden bekeken:
- facialis functie
- oogvolgbewegingen (smooth pursuit)
- bliktransfer (saccades)
- blikstabilisatie
- convergentie en divergentie
- fixatie suppressie

Hoe goed werkt de reflex tussen evenwichtsorgaan en ogen?
De Head Impulse Test wordt gebruikt om te onderzoeken hoe goed het evenwichtsorgaan werkt. Tijdens deze test vragen we u om naar een vast punt te kijken. Vervolgens wordt het hoofd kort en snel een klein stukje naar links of rechts bewogen.
Normaal gesproken zorgen het evenwichtsorgaan en de ogen samen voor een reflex waardoor de ogen op het fixatiepunt gericht blijven. Dit heet de vestibulo-oculaire reflex.
Wanneer het evenwichtsorgaan minder goed werkt, kunnen de ogen het fixatiepunt tijdelijk verliezen. De ogen maken dan een snelle correctiebeweging om het punt weer terug te vinden. Dit kan een aanwijzing zijn voor een verminderde functie van het evenwichtsorgaan.
De Head Impulse Test wordt vaak gebruikt bij onderzoek naar aandoeningen van het evenwichtssysteem, zoals vestibulaire hypofunctie of neuritis vestibularis. De betekenis van de test moet altijd in samenhang met het totale onderzoek worden beoordeeld.
Wat gebeurt er met het beeld en de oogbewegingen?
Bij sommige aandoeningen van het evenwichtssysteem kan het beeld tijdens bewegen minder stabiel worden. Mensen kunnen dan bijvoorbeeld merken dat het beeld gaat ‘stuiteren’ of wazig wordt tijdens lopen of bij hoofdbewegingen.
Dit kan worden onderzocht met een Dynamic Visual Acuity test. Tijdens deze test kijken we of het zicht verandert wanneer het hoofd beweegt.
Bij sommige aandoeningen van het evenwichtsorgaan kunnen specifieke oogbewegingen optreden. Deze worden nystagmus genoemd. Het patroon van deze oogbewegingen kan belangrijke informatie geven over de mogelijke oorzaak van duizeligheid.
Tijdens het onderzoek kan worden gekeken naar:
- spontane nystagmus met fixatie
- spontane nystagmus zonder fixatie (gaze evoked)
Om oogbewegingen beter te kunnen beoordelen kan gebruik worden gemaakt van hulpmiddelen zoals een Frenzel-bril, Video Frenzel of Video Nystagmografie (VNG).

Onderzoeken die zo nodig kunnen worden ingezet
Niet ieder onderdeel is bij iedere patiënt nodig. Op basis van uw verhaal en klachtenpatroon wordt bepaald welke onderzoeken het meest zinvol zijn.
Positieonderzoek bij draaiduizeligheid
Onderzoek naar BPPD
Wanneer de klachten passen bij positiegebonden duizeligheid, kan worden gekeken of bepaalde hoofdposities duizeligheid en specifieke oogbewegingen uitlokken.
Balansonderzoek
Staan, lopen en coördinatie
Balans en coördinatie kunnen worden onderzocht met testen waarmee wordt gekeken hoe stabiel iemand staat en loopt.
Onderzoek van de nek
Beweeglijkheid en spierspanning
Bij sommige mensen kunnen nekklachten een rol spelen bij duizeligheidsklachten of instabiliteit. Ook kunnen nekklachten secundair ontstaan doordat iemand het hoofd anders gaat bewegen.
Bloeddruk en circulatie
Liggende en staande houding
In sommige situaties kan duizeligheid samenhangen met veranderingen in de bloeddruk, bijvoorbeeld bij opstaan. Zo nodig kan de bloeddruk liggend en staand worden gemeten.
Welke testen kunnen bij positie- en balansonderzoek voorkomen?
Bij positiegebonden klachten kunnen onder andere de volgende positietesten worden gebruikt:
- Dix-Hallpike links
- Dix-Hallpike rechts
- Supine roll links
- Supine roll rechts
- Deep hanging test
Voor balans en coördinatie kunnen onder andere de volgende testen worden gebruikt:
- Romberg test
- vingertop-neus test
- vingertop-top test
- koorddansersgang
- analyse van het looppatroon
Wanneer er aanwijzingen zijn voor circulatoire oorzaken, kan verder onderzoek via de huisarts nodig zijn.
Bespreken van bevindingen en vervolg
Na het onderzoek worden de bevindingen met u besproken. Soms kan op basis van het onderzoek een duidelijke oorzaak van de klachten worden vastgesteld. In andere situaties kan het onderzoek aanwijzingen geven voor een mogelijke diagnose.
Bevindingen bespreken
We bespreken wat tijdens het gesprek en lichamelijk onderzoek is opgevallen en wat dit mogelijk betekent.
Behandeling of advies
Wanneer behandeling mogelijk is, bespreken we welke behandeling het meest geschikt lijkt. In sommige situaties is aanvullend onderzoek via huisarts of specialist nodig.
Verslag naar verwijzer
Wanneer u via een verwijzer bent gekomen, sturen wij een verslag van het onderzoek terug wanneer de verwijzer beschikt over een ZorgMail-adres.

Wilt u uw duizeligheidsklachten laten onderzoeken?
Tijdens een eerste consult nemen we rustig de tijd om uw klachten in kaart te brengen en te bepalen welk onderzoek zinvol is. Een afspraak vervangt geen medische spoedbeoordeling; bespreek ernstige of snel veranderende klachten met uw arts of specialist.
