Onderzoek bij duizeligheid

U bevindt zich hier: Duizeligheid » Onderzoek bij duizeligheid

Onderzoek bij duizeligheid

In geval van duizeligheid zal de huisarts aan u vragen wat voor duizeligheid u precies ervaart. Uw verhaal is hierbij heel belangrijk. Aan de hand daarvan kan een arts vaak al veel zeggen over de oorzaak en in elk geval welk nader onderzoek verricht moet worden. Bij het luisteren naar uw verhaal, zal de arts op verschillende dingen letten.

Het Nederlands Huisartsen Genootschap heeft een richtlijn voor duizeligheid en de huisarts zal letten op en/of vragen naar:

  • de aard van de duizeligheid (draaiduizeligheid, licht in het hoofd, gevoel flauw te vallen);
  • uitlokkende factoren (bewegen van het hoofd, verandering van houding, relatie met opstaan of inspanning);
  • ernst van de duizeligheid en het beloop van die ernst;
  • duur en beloop van de klachten (constant of aanvallen, duur en frequentie);
  • begeleidende verschijnselen (gehoorstoornissen, oorsuizen, vegetatieve verschijnselen, neurologische afwijkingen);
  • medicijngebruik;
  • aanwezigheid van klachten die kunnen passen bij een angststoornis of een depressie;
  • klachten van het middenoor, afwijkingen op KNO-gebied in de voorgeschiedenis;
  • voorafgaande klachten zoals een virale bovenste-luchtweginfectie;
  • aanwezigheid van belangrijke stressoren;
  • gevolgen voor het dagelijks leven (angst, vermijdingsgedrag).

Naast het afnemen van de anamnese (het stellen van de vragen), kan de arts ook lichamelijk onderzoek doen. Welke onderzoeken de arts doet, hangen af van wat er uit het gesprek naar voren komt.

Bij heftige draaiduizeligheid, zal de arts neurologisch onderzoek doen om te kijken of er niet iets mis is in uw hoofd. Bij een licht gevoel in het hoofd of het gevoel van flauwvallen, zal de arts naar uw hartritme luisteren, uw polsfrequentie opnemen en eventueel ander onderzoek doen naar een mogelijke cardiologische oorzaak.

Ook het trommelvlies kan bekeken worden. De arts gaat dan met een kijkertje in uw oor. Gehoorverlies, oorpijn en eventueel andere klachten op keel, neus en oorgebied zullen dan besproken worden.

Met name bij oudere patiënten kan de huisarts ook nog andere onderzoekjes doen, zoals het bekijken van de reflexen, de coördinatie, orthopedisch onderzoek, balans en kracht.

Bij het vermoeden van de Ziekte van Ménière, zal de arts ook een audiogram maken. Hierbij wordt gekeken hoe goed u hoort. Voor de zekerheid van het stellen van deze diagnose, kan de huisarts u ook naar de KNO-arts doorverwijzen.

Bij problemen met keel, neus of oren, kan ook de KNO-arts worden ingeschakeld. Deze zal deels hetzelfde algemenere onderzoek doen, maar kan ook uitgebreider bloedonderzoek doen, meer specialistisch gehoor- en evenwichtsonderzoek doen en zelfs een CT-scan of MRI laten maken.

Ook kan naar een neuroloog of cardioloog worden verwezen, als de huisarts denkt dat de achterliggende oorzaak in het neurologische gebied ligt of op het gebied van hart- en bloedvaten.

De oorzaak van de duizeligheid kan vaak achterhaald worden, maar ongeveer 1 op de 3 mensen heeft duizeligheid die verder niet te verklaren is. Vooral ouderen hebben nogal eens last van een onvast gevoel op de benen tijdens het staan of lopen en schrijven dat toe aan duizeligheid. Dat onvaste gevoel wordt dan echter vaak veroorzaakt door verminderd gezichtsvermogen, neuropathie, orthopedische problemen of afwijkingen aan het evenwichtsorgaan.

Lees verder over de behandeling van duizeligheid -->

U bevindt zich hier: Duizeligheid » Onderzoek bij duizeligheid

(advertenties)